
Ruben van der Meer
Acteur & Comedian
Alzheimer verandert veel, maar niet alles. Acteur en comedian Ruben van der Meer (56) ziet hoe zijn vader steeds meer vergeet, terwijl de liefde, humor en het vermogen om te genieten overeind blijven.
“Ik heb het idee dat je, als je dement wordt, blijft hangen in wie je diep vanbinnen altijd bent geweest. Alsof je emotionele basis op repeat gaat. Mijn vader was zijn hele leven heel sportief en positief. Hij deed aan yoga en mediteerde al voordat dat hip was. Soms denk ik weleens: eigenlijk heeft pa nu bereikt waar hij al die jaren naar op zoek was. Want door zijn Alzheimer leeft mijn vader volledig in het nu. Hij vergeet bijna alles; hij kan iets vragen en twee minuten later precies dezelfde vraag stellen. Maar zijn positieve instelling is er nog altijd. En ik geloof echt dat dat helpt. Voor hemzelf, maar ook voor ons als familie. Dat maakt zo’n ziekte niet minder verdrietig, maar wel draaglijker. Want je gaat kijken naar wat er nog wél is.”
“Als iemand dementerend is, moet je het laten om steeds te willen corrigeren”
Liefdevol meebewegen
“Drie jaar geleden kreeg mijn vader de diagnose Alzheimer. Een van de belangrijkste dingen die ik heb geleerd, is dat je iemand die dementerend is niet steeds moet willen corrigeren. Mijn moeder is al ruim vijftien jaar overleden. Soms vraagt mijn vader opeens: ‘Wat vindt Marian hiervan?’ Dan zeg ik gewoon: ‘Ja, ma weet ervan.’ Waarom zou ik mijn vader steeds opnieuw moeten vertellen dat zijn vrouw dood is? Dan beleeft hij dat verlies telkens opnieuw; dat gun je toch niemand? Soms is een klein leugentje juist veel liefdevoller dan de waarheid. Zo maak je het voor iedereen lichter. Natuurlijk is Alzheimer verdrietig, intens en zwaar – helemaal als je mantelzorger bent en dag en nacht voor iemand zorgt. Maar als je steeds blijft denken: wat zegt je nu weer? Dan wordt het alleen maar zwaarder voor jezelf. Probeer mee te bewegen, dan ontstaat er ook weer ruimte voor luchtigheid.”
Meer tijd voor elkaar
“Wat ook helpt, is dat pa sinds twee jaar in een verzorgingstehuis zit. Voor mijn broer en mij werd de mantelzorg op een gegeven moment te zwaar. Toen we de officiële Alzheimer-indicatie hadden, hebben we ervoor gekozen om hem in een tehuis te plaatsen. Dat gaf ons veel lucht: ineens hoefden we niet meer alleen maar te zorgen, maar konden we weer echt samen leuke dingen doen. Zoals samen eten of een museum bezoeken, want daar hield mijn vader vroeger altijd van. Laatst bleek het museum zelfs dicht te zijn, maar toen zijn we gewoon door de binnenstad gaan wandelen. Dat vindt mijn vader net zo leuk. Ook al vroeg hij iedere vijf minuten waar we zijn. Eerst zei ik nog: ‘In Zwolle.’ Maar toen hij het bleef vragen, maakte ik er maar een grapje van: ‘Ik heb ook geen idee waar we zijn. Volgens mij is dit een onontdekt stukje van Amsterdam.’ En zo hadden we alsnog een gezellige middag samen. Op de terugweg van zo’n uitje zet ik vaak muziek op. Laatst klonk Chet Baker uit de speakers en ineens zei mijn vader: ‘Hé, dit is Chet Baker. Die heb ik in 1962 nog gezien.’ Dat vond ik zo bijzonder. Muziek zit blijkbaar zó diep in je geheugen opgeslagen. Dat geldt ook voor geur. Mijn vader heeft nog altijd het parfum van mijn moeder naast zijn stoel staan. Af en toe ruikt hij eraan en zie je hem heel even teruggaan naar vroeger. Heel aandoenlijk vind ik dat.”
Genieten blijft
“Verder neem ik mijn vader graag mee naar de voetbal; hij was vroeger een enorme voetballiefhebber. Het verschil met nu is alleen dat hij misschien wel twintig keer vraagt wie er speelt of een verkeerde club noemt. Maar het mooie is ook: als de tegenpartij een doelpunt scoort, juicht pa net zo hard. En of het nou 1-1 of 4-0 staat, het maakt hem niets uit. Het gevoel van plezier is precies hetzelfde. Dat is misschien wel de grootste les die mijn vader mij nu geeft: genieten en in het moment zijn. Da’s toch mooi? Mensen zeggen weleens: als ik dement word, hoeft het voor mij niet meer. Dat vind ik best heftig. Want ik zie mijn vader nog elke dag genieten. Van een broodje kroket, een biertje op zijn tijd of het lezen van de krant, ook al onthoudt hij niets van wat hij leest. En zolang mijn vader nog kan genieten, is er nog ontzettend veel dat de moeite waard is.”