Uit onderzoek blijkt dat een tekort aan micronutriënten een rol kan spelen bij patiënten met chronisch hartfalen. Met de SELEQT-HF-studie wordt onderzocht of dit werkelijk zo is en of suppletie uitkomst kan bieden.

Dr. Jeroen Schaap
Cardioloog Amphia Ziekenhuis

Prof. Dr. Peter Van Der Meer
Cardioloog UMC Groningen
Ruim een kwart miljoen Nederlanders lijdt aan hartfalen. Hartfalen is een aandoening waarbij het hart onvoldoende in staat is bloed rond te pompen. Veel patiënten ervaren een verminderde kwaliteit van leven, raken hierdoor in het ziekenhuis opgenomen of overlijden hieraan uiteindelijk.
Een tekort aan micronutriënten bij hartfalen
Uit onderzoek blijkt dat een tekort aan micronutriënten bij 50 tot 70 procent van de patiënten voorkomt. Jeroen Schaap, cardioloog in het Amphia Ziekenhuis, vertelt: “Een tekort aan Selenium en co-enzym Q10 kan een reden zijn dat zij vaker last hebben van hun ziekte.” Selenium en co-enzym Q10 hebben een anti-oxidatieve werking. “Ze remmen schadelijke stoffen in het lichaam af en dragen bij aan het voorkomen van schade in weefsels en moleculen. Ze spelen ook een rol bij het aanmaken van energie in de mitochondriën. Dat zijn de energiefabriekjes van bijna alle cellen in je lichaam. Co-enzym Q10 heeft een meer prominente rol in het samenknijpen van de hartspier.”
Omdat een tekort aan deze micronutriënten een rol kan spelen, is Schaap samen met Peter van der Meer, cardioloog in het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) de SELEQT-HF-studie gestart. Schaap: “Eerdere onderzoeken in bijvoorbeeld Zweden, Denemarken en Azië onderzochten en behandelden een andere categorie mensen. Ook was de omvang van de onderzoeken vaak te klein om harde conclusies te trekken. Hoewel er aanwijzingen zijn dat het oplossen van een deficiëntie gunstig kan zijn, kunnen we dat nog niet betrouwbaar zeggen. Daarom zijn we deze studie gestart.”
De SELEQT-HF-studie
De twee cardiologen doen het onderzoek niet alleen, benadrukt Schaap. “Mijn lokale onderzoeksafdeling en afdeling Hartfalen helpen, net als afdelingen in het UMCG. Daarnaast wordt er samengewerkt met de werkgroep Cardiologische Centra Nederland, de Nederlandse Hartregistratie, de Hartstichting, Netherlands Heart Institute en de Dutch CardioVascular Alliance.” De voedingssupplementen en het placebo voor het onderzoek worden door een externe leverancier beschikbaar gesteld die nauw betrokken is bij het onderzoek.
In het onderzoek wordt bij 1.100 deelnemers onderzocht of een tekort aan de micronutriënten invloed heeft op hartfalen. De helft van de deelnemers krijgt het preparaat toegediend. De andere helft krijgt een placebo. Verder is het onderzoek onder beide groepen hetzelfde. “Daarna kunnen we beoordelen of het verhogen van de Serenium- en co-enzym Q10-spiegels zorgt voor een verbetering van de gezondheid.”
Voor zowel deelnemers als ziekenhuizen is dit onderzoek laag-intensief ten opzichte van andere wetenschappelijke onderzoeken. Dat komt door het op registratie-gebaseerde karakter van het onderzoek. “We maken gebruik van de gegevens uit elektronische patiëntendossiers. Patiënten zien we voor hun gebruikelijke behandelingen, waar we notities van maken. Daardoor hoeft een deelnemer maar twee keer extra naar het ziekenhuis te komen. Eén keer aan het begin en één keer aan het einde van het onderzoek”, deelt Schaap. Tussentijds wordt er telefonisch opgevolgd. De supplementen worden door de apotheek bij patiënten thuis afgeleverd.
SELEQT-HF heeft daarmee twee doelen. “We willen antwoord geven op de vraag of het suppleren van Selenium en co-enzym Q10 voor patiënten met hartfalen voordelig is op de kans dat zij worden opgenomen in het ziekenhuis, zich met spoed presenteren op een spoedafdeling, en/of op de kans dat zij overlijden aan hun ziekte. Daarnaast willen we de effectiviteit van deze manier van onderzoek laten zien. Zodat dat hopelijk een voorbeeld kan zijn voor toekomstige studies. Die worden goedkoper, makkelijker en sneller.”
De reis is net zo belangrijk als het einddoel
Schaap is trots op de start van de studie. “We hebben in de eerste drie maanden bij slechts een handjevol ziekenhuizen de eerste 50 patiënten gevonden voor het onderzoek. Dat maakt me heel blij. Net als het werken met goede mensen. Elk stapje dat we zetten voelt als een geslaagd moment. Het gaan niet alleen om het einddoel.”
Uiteindelijk hoopt het team in 2029 de lessen van het onderzoek te kunnen delen. “En het gaat wellicht niet alleen om het einddoel, maar als we uiteindelijk hebben bijgedragen aan het verbeteren van de gezondheid bij hartfalen, dan is dat prachtig.”